Al een tijdje valt me op dat in het gesprek over de Nederlandse cultuur en emerging church een belangrijke term ontbreekt: verzuiling (trompetgeschal op de achtergrond). Een fenomeen dat een grote rol heeft gespeeld en nog steeds doorwerkt, en bovendien een fenomeen met opvallende wortels. Helaas ben ik geen expert op het gebied, dus ik ben benieuwd naar de ideeën van anderen hierover.
De verzuiling is een typisch Nederlands fenomeen. De hele Nederlandse samenleving was opgedeeld in drie of vier zuilen: protestants, rooms-katholiek, socialistisch, en liberaal. Iedere zuil had zijn eigen krant, eigen omroep, eigen politieke partij, basisscholen, sportverenigingen, geitenfokverenigingen, enzovoorts. Als protestant kocht je brood bij de protestantse bakker en niet bij zijn paapse collega. En trouwen met iemand uit een ander milieu was helemaal not done!
Voor mij is de verzuiling een theoretisch concept, iets wat ik ken uit boeken en verhalen. Voor de generatie van mijn ouders is de verzuiling bepalend geweest voor hun jeugd. Mijn moeder komt bijvoorbeeld uit een degelijk protestants nest, en haar vader verbood haar om bevriend te zijn met een rooms-katholiek meisje. Mijn grootvader had het overigens ook niet op gereformeerden (gereformeerd, glad verkeerd) en op “evangelische sektes”. Christelijk gereformeerd werd getolereerd, maar eigenlijk moest je gewoon hervormd zijn.
Gelukkig is de verzuiling voorbij. Protestants, rooms-katholiek, socialistisch (bestaat dat nog?), atheïst, agnost, islamitisch: iedereen ontmoet elkaar en leert elkaar kennen. Overal worden mooie open gesprekken gevoerd, naast de ongemakkelijke stamelgesprekken en de klassieke ruzies. Mensen ontdekken dat er meer meningen zijn dan hun eigen mening, worden ruimdenkender en kritischer over hun eigen waarheid. Postmodernisme en oecumene gaan hand in hand. Dat betekent dat mensen hun weg moeten vinden in een wereld vol onbekende ideeën, opvattingen en meningen. Andersdenkenden worden gerespecteerd en het eigen gelijk staat niet meer vast. Ik ben ervan overtuigd dat deze ontwikkeling een belangrijke bron is van “emerging” vragen en antwoorden.
Natuurlijk is er ook de tegenreactie. De reformatorische wereld en de vrijgemaakte wereld zijn er behoorlijk in geslaagd de eigen zuil overeind te houden (hoewel ik van de laatste minder weet dan van de eerste). Tegelijk is er in sneltreinvaart een evangelische en charismatische zuil bijgekomen. Schokkend veel protestanten van orthodoxe snit leven in een “christelijk ghetto”, zoals Jan Wolsheimer dat een keer noemde. Tegelijk zijn er veel orthodoxe christenen die worstelen met de kloof tussen de Nederlandse smeltkroes van (sub)culturen en het gristelijke subcultuurtje. Ze willen graag Jezus volgen, maar ze vinden hun plek niet meer in het christelijke wereldje. Ik ben één van hen, en er zijn velen zoals ik. Sommige christenen verlaten de kerk om een authentieke, relevante vorm van geloofsbeleving te vinden, of zelfs om hun geloof te behouden!
Tot slot een merkwaardig feit. Onze grote vriend Abraham Kuyper is een grote inspiratiebron voor de EC. “Er is geen gebied op de wereld waarvan Jezus niet zegt: ‘Mijn!’” Prachtig. Staat zelfs in Johans boek. Dezelfde Abraham Kuyper stond echter wel aan de wieg van de verzuiling. Waar ging het mis bij hem en zijn volgelingen? En hoe weten wij dat wij het anders doen, en niet dezelfde fout maken? Creëren we niet per ongeluk een nieuwe zuil?
Ik hoop dat mensen met meer kennis van zaken willen reageren. Verzuiling, EC, oecumene en Kuyper: wie schiet?
dinsdag, maart 10, 2009
Abonneren op:
Berichten (Atom)