Even tussen de bedrijven door een korte gedachte.
In de geschiedenis van de mensheid zijn er maar twee mensen door God geroepen om de status quo in stand te houden: Adam en Eva. Zij moesten bewaken en bewaren wat er was, en hadden geen visie, geen richting van waar ze heen wilden of moesten. Want: alles was zeer goed.
Ze faalden, en sinds die tijd is God ontevreden met de staat van zijn. "Dit is niet hoe ik het bedoeld heb, dit is niet hoe ik het wil". Ik stel me voor dat dat voortdurend door Gods gedachten gaat. God heeft een visie van waar hij heen wil, een missie: herschepping. Voortdurend roept hij mensen uit hun comfort zone, uit de status quo, om verandering en vernieuwing te brengen. Verbetering. Een stukje herschepping.
Sinds Genesis 3 zijn wij allen geroepen om progressief te zijn, om in beweging te zijn, om te jagen naar de visie die God ons voorhoudt: herschepping. Herstel. Bevrijding. Gerechtigheid. Heelheid. Vrede. Liefde. Vreugde.
Gods visie is te groot, te belangrijk, te dringend om nog langer op ons gat te blijven zitten, om conservatief te zijn, om lui te zijn. "Dit is niet hoe ik het bedoeld heb!"
En toch, en toch moet ik bij mezelf beginnen, bij mijn eigen leven, mijn eigen hart.
Hoe lang nog, Vader, voordat u uw herschepping voltooit?
donderdag, augustus 28, 2008
zondag, augustus 10, 2008
Werktheologie
Nog even een derde post op deze zondagavond. Ik heb de levensstijl en de theologie van de Oekraïnse baptisten al hier en hier beschreven. De theologie boeit mij mateloos, en ik vraag mij af waar die vandaan komt.
Work hard for Christ. We will rest in heaven. Ze zien het als hun roeping om te werken, om de aarde te bewerken, om anderen te dienen, om Gods liefde te weerspiegelen in ieder aspect van hun leven, om hoge eisen te stellen aan hun eigen gastvrijheid. Als ze moe zijn, werken ze door. Als ze het ontbijt overslaan om te vasten, werken ze door. Dit is het leven dat God van hen vraagt, lijken ze te geloven.
Eén ding is nog fascinerender. Op de slotavond vertelden drie, vier Oekraïners dat God problemen gebruikt om hen dichter bij hem te brengen. Ziekte, pijn, problemen met ouders, zien zij als kansen om God beter te leren kennen. Het vormt hun karakter en voorkomt dat ze afdwalen. Twee jongeren vertelden dat het hun voor de wind ging, en dat ze God om problemen vroegen. Dat is weer eens wat anders dan "God houdt van je en zegent je, breng al je problemen bij hem." Haal je problemen bij God?
Begrijp me niet verkeerd, deze mensen leven niet alleen maar om te werken. Het zijn geen afgestompte werkpaarden. Ze genieten van lekker eten. Ze vieren feest, bruiloften van een week als ik me niet vergis. Ze luisteren en maken muziek. Zondag is rustdag, geen discussie over mogelijk, en iedereen ziet er netjes verzorgd uit. En hoewel ik wel meerdere keren heb gehoord dat God ons werken zal belonen in de hemel, kreeg ik niet het idee dat wij de hemel moeten verdienen door te werken oid. Ze geloven duidelijk in Gods genade.
Waar zou zo'n theologie vandaan komen? Is het iets wat ontstaat in een post-communistisch land, in armoede, op het platteland? Is hard werk noodzakelijk om te overleven, en wordt het daarom verheven tot roeping? Zijn problemen zo veel voorkomend, dat ze worden uitgeroepen tot geschenk van God? Of zijn Westerse christenen een soort geestelijke lamzakken, wiens vuur gedoofd is met Coca Cola, en die alleen maar een goed gevoel aan hun god willen overhouden?
Ligt de waarheid in het midden, of ben ik te Westers en te verwend om hun gelijk toe te geven? Het gaat goed met me, en gisteravond heb ik God om problemen gevraagd. Ik wil dat God mij heiligt, mijn karakter vormt, ik wil God beter leren kennen. Dat gaat niet gebeuren als ik op een stoel zit, Bijbel lees en een theorie verzin over God of over heiligheid. Dat moet gebeuren in de praktijk van mijn leven, in worsteling en vertwijfeling, where the rubber hits the road. God is er niet om mij een prettig en comfortabel leventje te geven, God is er om zijn koninkrijk te bouwen, en zoals Jezus, Petrus, Paulus, Johannes, David, Jozef, Mozes, en ga maar door, mag ik werken en vechten en lijden om zijn koninkrijk te bouwen.
Work hard for Christ. We will rest in heaven. Ze zien het als hun roeping om te werken, om de aarde te bewerken, om anderen te dienen, om Gods liefde te weerspiegelen in ieder aspect van hun leven, om hoge eisen te stellen aan hun eigen gastvrijheid. Als ze moe zijn, werken ze door. Als ze het ontbijt overslaan om te vasten, werken ze door. Dit is het leven dat God van hen vraagt, lijken ze te geloven.
Eén ding is nog fascinerender. Op de slotavond vertelden drie, vier Oekraïners dat God problemen gebruikt om hen dichter bij hem te brengen. Ziekte, pijn, problemen met ouders, zien zij als kansen om God beter te leren kennen. Het vormt hun karakter en voorkomt dat ze afdwalen. Twee jongeren vertelden dat het hun voor de wind ging, en dat ze God om problemen vroegen. Dat is weer eens wat anders dan "God houdt van je en zegent je, breng al je problemen bij hem." Haal je problemen bij God?
Begrijp me niet verkeerd, deze mensen leven niet alleen maar om te werken. Het zijn geen afgestompte werkpaarden. Ze genieten van lekker eten. Ze vieren feest, bruiloften van een week als ik me niet vergis. Ze luisteren en maken muziek. Zondag is rustdag, geen discussie over mogelijk, en iedereen ziet er netjes verzorgd uit. En hoewel ik wel meerdere keren heb gehoord dat God ons werken zal belonen in de hemel, kreeg ik niet het idee dat wij de hemel moeten verdienen door te werken oid. Ze geloven duidelijk in Gods genade.
Waar zou zo'n theologie vandaan komen? Is het iets wat ontstaat in een post-communistisch land, in armoede, op het platteland? Is hard werk noodzakelijk om te overleven, en wordt het daarom verheven tot roeping? Zijn problemen zo veel voorkomend, dat ze worden uitgeroepen tot geschenk van God? Of zijn Westerse christenen een soort geestelijke lamzakken, wiens vuur gedoofd is met Coca Cola, en die alleen maar een goed gevoel aan hun god willen overhouden?
Ligt de waarheid in het midden, of ben ik te Westers en te verwend om hun gelijk toe te geven? Het gaat goed met me, en gisteravond heb ik God om problemen gevraagd. Ik wil dat God mij heiligt, mijn karakter vormt, ik wil God beter leren kennen. Dat gaat niet gebeuren als ik op een stoel zit, Bijbel lees en een theorie verzin over God of over heiligheid. Dat moet gebeuren in de praktijk van mijn leven, in worsteling en vertwijfeling, where the rubber hits the road. God is er niet om mij een prettig en comfortabel leventje te geven, God is er om zijn koninkrijk te bouwen, en zoals Jezus, Petrus, Paulus, Johannes, David, Jozef, Mozes, en ga maar door, mag ik werken en vechten en lijden om zijn koninkrijk te bouwen.
Welvaart: zegen of vloek?
Na Oekraïne voel ik mij over één ding heel dubbel. Aan de ene kant was ik inderdaad erg blij om de McDonalds weer te zien (ondanks gewetensbezwaren), ben ik blij met een toiletpot en drinkbaar water uit de kraan, met comfort en achterover leunen en niks hoeven.
Tegelijk voel ik me een verwend kind en een lui mietje vergelijken met de Oekraïners. Ik ben jaloers op hun fysieke kracht en conditie, op hun ijver voor God, op hun creativiteit en vindingrijkheid. Ze hebben minder dan wij, maar zijn er veel gelukkiger mee. Ze leven dicht bij de natuur en dicht bij elkaar. Ze zeuren niet over pijntjes en ongemakken, maar werken ijverig door. Work hard for Christ. We will rest in heaven. Een jongen van zestien had nog nooit de zee gezien. "I would like to see the sea sometime, but now I want to work. I will rest when I am old." Hij vond zichzelf te jong en te sterk voor een vakantie aan zee.
Ons Nederlands wereldje is zo kunstmatig en geïndividualiseerd. We leven voor God, zeggen we, maar proberen wel zo comfortabel en gemakkelijk mogelijk te leven. We kennen onze buurman niet, maar communiceren via email en internet met mensen die we zelf uitkiezen, die wij leuk vinden, die in ons straatje passen. We leven uit genade, zeggen we, en we zijn zo lui als een hond. In ieder geval, ik ben zo lui als wat. We zijn zo vervreemd van de natuur en van elkaar. Is het dan gek dat zoveel Nederlanders zijn vervreemd van God? Ze kennen zijn schepping van televisie en ansichtkaarten, ze kennen zijn beelddragers alleen oppervlakkig. Hoe kan iemand God leren kennen in een kunstmatig privé wereldje?
Als ik één en ander goed begrepen heb, is emerging church een poging om Jezus relevant te maken en handen en voeten te geven in de postmoderne cultuur. Maar is die cultuur zelf niet een probleem? Moeten we die cultuur niet mijden? Moeten we onszelf niet grondig reinigen van alle kunstmatigheid, gemakzucht, luiheid, egoïsme en individualisme? Of moeten we juist te midden van de Nederlandse cultuur een ander geluid laten horen, een ander beeld laten zien? Moeten we een gemeenschap vormen temidden van egoïsme en individualisme? Moeten we duurzaamheid en harmonie stellen tegenover gemakzucht en uitbuiting? Moeten we echtheid, ijver en levenslust laten zien in een wereld van kunstmatigheid, luiheid en apathie?
Als dat emerging church is, dan doe ik mee.
Misschien ligt "heiligheid" wel niet primair in dit en dat doen (bijbelstudie, bidden), en zus en zo laten (roken, liegen, stelen). Misschien ligt heiligheid wel in het doorbreken van de denkwijze en levensstijl van onze cultuur, en het leven leven zoals God het oorspronkelijk bedoeld heeft. Herstel van Gods oorspronkelijke bedoeling, midden in deze gebroken wereld.
Tegelijk voel ik me een verwend kind en een lui mietje vergelijken met de Oekraïners. Ik ben jaloers op hun fysieke kracht en conditie, op hun ijver voor God, op hun creativiteit en vindingrijkheid. Ze hebben minder dan wij, maar zijn er veel gelukkiger mee. Ze leven dicht bij de natuur en dicht bij elkaar. Ze zeuren niet over pijntjes en ongemakken, maar werken ijverig door. Work hard for Christ. We will rest in heaven. Een jongen van zestien had nog nooit de zee gezien. "I would like to see the sea sometime, but now I want to work. I will rest when I am old." Hij vond zichzelf te jong en te sterk voor een vakantie aan zee.
Ons Nederlands wereldje is zo kunstmatig en geïndividualiseerd. We leven voor God, zeggen we, maar proberen wel zo comfortabel en gemakkelijk mogelijk te leven. We kennen onze buurman niet, maar communiceren via email en internet met mensen die we zelf uitkiezen, die wij leuk vinden, die in ons straatje passen. We leven uit genade, zeggen we, en we zijn zo lui als een hond. In ieder geval, ik ben zo lui als wat. We zijn zo vervreemd van de natuur en van elkaar. Is het dan gek dat zoveel Nederlanders zijn vervreemd van God? Ze kennen zijn schepping van televisie en ansichtkaarten, ze kennen zijn beelddragers alleen oppervlakkig. Hoe kan iemand God leren kennen in een kunstmatig privé wereldje?
Als ik één en ander goed begrepen heb, is emerging church een poging om Jezus relevant te maken en handen en voeten te geven in de postmoderne cultuur. Maar is die cultuur zelf niet een probleem? Moeten we die cultuur niet mijden? Moeten we onszelf niet grondig reinigen van alle kunstmatigheid, gemakzucht, luiheid, egoïsme en individualisme? Of moeten we juist te midden van de Nederlandse cultuur een ander geluid laten horen, een ander beeld laten zien? Moeten we een gemeenschap vormen temidden van egoïsme en individualisme? Moeten we duurzaamheid en harmonie stellen tegenover gemakzucht en uitbuiting? Moeten we echtheid, ijver en levenslust laten zien in een wereld van kunstmatigheid, luiheid en apathie?
Als dat emerging church is, dan doe ik mee.
Misschien ligt "heiligheid" wel niet primair in dit en dat doen (bijbelstudie, bidden), en zus en zo laten (roken, liegen, stelen). Misschien ligt heiligheid wel in het doorbreken van de denkwijze en levensstijl van onze cultuur, en het leven leven zoals God het oorspronkelijk bedoeld heeft. Herstel van Gods oorspronkelijke bedoeling, midden in deze gebroken wereld.
Oekraïne
Gisteravond laat ben ik thuisgekomen van twee weken Oekraïne. In Oekraïne werden we ontvangen door Pjetro, baptistenvoorganger in Roznietsjie, met de woorden: "Ik hoop dat als jullie over twee weken naar huis gaan, jullie heel tevreden zijn, en heel erg moe". Pjetro heeft zijn zin gekregen.
We hebben twee weken in twee verschillende dorpen gewerkt, samen met een aantal jongeren van de jeugdgroep van Pjetro's kerk. Samen met de Oekraïnse jongens en een deel van de meiden gingen we hard aan de slag. Voornamelijk hout hakken, oprapen en stapelen voor baboesjka's (oude vrouwtjes), maar ik heb ook hooi gekeerd (zodat het onderste hooi ook goed kan drogen), een houten hekje gesloopt, en een Oekraïner met een kettingzaag geassisteerd. Een deel van de meiden bemande de keuken en zette drie prima warme maaltijden per dag op tafel. 's Ochtends voor het ontbijt bijbelstudie, 's avonds na het eten voetballen en daarna kampvuur. Dankzij mijn sociale handicap (ik kán niet weggaan als het ergens gezellig is) heb ik veel korte nachten gemaakt. Zondagochtend woonden we een doopdienst bij van de gemeente waar we te gast waren, en gaf ik mijn getuigenis.
Luxe ontbrak op veel fronten: drinkwater haalden we uit de waterput, de "douche" was een emmer koud water en het "toilet" een gat in de grond met een houten huisje eroverheen gebouwd. De eerste week sliepen we in een verlaten communistisch badhuis dat voor de gelegenheid werd gekraakt (net als het voorgaande jaar), de tweede week sliepen we in tenten. Het weekend was iets luxer: we sliepen in gastgezinnen, waar wel een douche aanwezig was. Om te kunnen douchen moest je wel eerst een houtkachel aansteken, anders had je geen warm water. Het eten was even wennen, maar het meeste was goed te eten. Drie keer per dag warm eten beviel goed, hoewel niet iedereen even enthousiast werd van macaroni en aardappelsoep als ontbijt.
De gastvrijheid en de werkhouding van de Oekraïners waren enorm. Meisjes en vrouwen sloofden zich uit in de keuken om veel en goed eten op tafel te zetten. Ze waren altijd vriendelijk en meegaand, niks was te gek. Mannen en vrouwen werkten hard, de kerels hakten hout als bezetenen, en zelfs een lief uitziend meisje van zestien hakte ons eruit. De eerste dag sloopten de Hollanders drie bijlen in drie uur, en ze zetten geduldig een nieuwe steel op de bijl. "Don't worry, it's only wood". Gelukkig heb ik zelf geen bijl gesloopt, hoewel het één keer maar weinig scheelde. Zieken en gewonden werden met zorg omringd door de dames (terwijl de mannen niet op of om keken). Hun houding lijkt te worden ondersteund door een werktheologie, die door Pjetro werd samengevat: "Work hard for Christ. We will rest in heaven." Fascinerend. We voelden ons tien luie, verwende mietjes tussen echte mannen en echte vrouwen die echt leven.
Ik heb hard gewerkt, geweldige mensen ontmoet en veel lol gehad. Ik heb ook afgezien, ben tegen grenzen aangelopen, ben ziek geweest, heb gehuild en heb me over irritaties heen moeten zetten. Al met al heb ik ontzettend veel geleerd en veel stof tot nadenken opgedaan. Ik lees mijn vorige post, Op zoek, en ik besef me dat ik een deel van wat ik zoek gevonden heb. Richting. Vuur. IJver. 'Zeal', op zijn Engels.
Work hard for Christ. We will rest in heaven.
We hebben twee weken in twee verschillende dorpen gewerkt, samen met een aantal jongeren van de jeugdgroep van Pjetro's kerk. Samen met de Oekraïnse jongens en een deel van de meiden gingen we hard aan de slag. Voornamelijk hout hakken, oprapen en stapelen voor baboesjka's (oude vrouwtjes), maar ik heb ook hooi gekeerd (zodat het onderste hooi ook goed kan drogen), een houten hekje gesloopt, en een Oekraïner met een kettingzaag geassisteerd. Een deel van de meiden bemande de keuken en zette drie prima warme maaltijden per dag op tafel. 's Ochtends voor het ontbijt bijbelstudie, 's avonds na het eten voetballen en daarna kampvuur. Dankzij mijn sociale handicap (ik kán niet weggaan als het ergens gezellig is) heb ik veel korte nachten gemaakt. Zondagochtend woonden we een doopdienst bij van de gemeente waar we te gast waren, en gaf ik mijn getuigenis.
Luxe ontbrak op veel fronten: drinkwater haalden we uit de waterput, de "douche" was een emmer koud water en het "toilet" een gat in de grond met een houten huisje eroverheen gebouwd. De eerste week sliepen we in een verlaten communistisch badhuis dat voor de gelegenheid werd gekraakt (net als het voorgaande jaar), de tweede week sliepen we in tenten. Het weekend was iets luxer: we sliepen in gastgezinnen, waar wel een douche aanwezig was. Om te kunnen douchen moest je wel eerst een houtkachel aansteken, anders had je geen warm water. Het eten was even wennen, maar het meeste was goed te eten. Drie keer per dag warm eten beviel goed, hoewel niet iedereen even enthousiast werd van macaroni en aardappelsoep als ontbijt.
De gastvrijheid en de werkhouding van de Oekraïners waren enorm. Meisjes en vrouwen sloofden zich uit in de keuken om veel en goed eten op tafel te zetten. Ze waren altijd vriendelijk en meegaand, niks was te gek. Mannen en vrouwen werkten hard, de kerels hakten hout als bezetenen, en zelfs een lief uitziend meisje van zestien hakte ons eruit. De eerste dag sloopten de Hollanders drie bijlen in drie uur, en ze zetten geduldig een nieuwe steel op de bijl. "Don't worry, it's only wood". Gelukkig heb ik zelf geen bijl gesloopt, hoewel het één keer maar weinig scheelde. Zieken en gewonden werden met zorg omringd door de dames (terwijl de mannen niet op of om keken). Hun houding lijkt te worden ondersteund door een werktheologie, die door Pjetro werd samengevat: "Work hard for Christ. We will rest in heaven." Fascinerend. We voelden ons tien luie, verwende mietjes tussen echte mannen en echte vrouwen die echt leven.
Ik heb hard gewerkt, geweldige mensen ontmoet en veel lol gehad. Ik heb ook afgezien, ben tegen grenzen aangelopen, ben ziek geweest, heb gehuild en heb me over irritaties heen moeten zetten. Al met al heb ik ontzettend veel geleerd en veel stof tot nadenken opgedaan. Ik lees mijn vorige post, Op zoek, en ik besef me dat ik een deel van wat ik zoek gevonden heb. Richting. Vuur. IJver. 'Zeal', op zijn Engels.
Work hard for Christ. We will rest in heaven.
Abonneren op:
Berichten (Atom)